Hoe er bij de gemeenteraadsverkiezingen nog een wereld te winnen is

Auteur: Thiandi Grooff Beeld: Mohammed Kentou in Mijn Stad/Opinie

Op 21 maart gaan we stemmen voor een nieuwe gemeenteraad. Hoe denken de deelnemende partijen mijn belangen, die van de groep jongeren met een beperking, te gaan behartigen? Ik stuurde de kandidaten daarom een aantal vragen over het VN-Verdrag voor gelijke rechten voor mensen met een handicap, specifieker: over toegankelijkheid, onderwijs, en arbeidsparticipatie. Met andere woorden; wat willen de kandidaten voor de gemeenteraad doen om de positie van jongeren met een beperking te verbeteren?

Wat mij opviel is dat de partij met een kandidaat in een rolstoel, Fem Korsten van GroenLinks, ferm was in haar antwoorden, waar andere partijen vaag bleven. Femke Roosma van GroenLinks: “De overheid moet belemmeringen wegnemen. In die zin ligt de beperking bij de samenleving en niet bij mensen met een handicap. “De nieuwe partij BIJ1 is nog strijdbaarder, bij monde van Anja Meulenbelt: “De rechten van mensen met een beperking zijn heel belangrijk, omdat wij uitgaan van radicale gelijkwaardigheid. We vinden het dus niet belangrijk om er een wedstrijd van te maken wat er belangrijker is. Aan mensenrechten, want daar gaat het om, moet altijd voldaan worden.” BIJ1 geeft veel concrete maatregelen zoals: “Dat betekent o.a. dat scholen per direct een ringleiding (een voorziening voor slechthorenden) moeten krijgen en ook een gehandicaptentoilet. Nieuwbouw moet voor 100% toegankelijk worden gebouwd. In het proces van nieuwbouw moet een betaalde adviseur ingeschakeld zijn, bij voorkeur met ervaringsdeskundigheid.”

Elke partij gaf een aantal mooie antwoorden op mijn vragen, bijvoorbeeld dat je als rolstoeler binnen 4 jaar op de trein moet kunnen ‘stappen’ op Muiderpoort station. De meeste antwoorden ten aanzien van onderwijs waren geweldig. Zo willen de meeste partijen dat je als jongere met beperking naar een gewone school kan. Daan Wijnands van de VVD vinkt aan: “Het VN-Verdrag betekent dat alle kinderen met een beperking naar de gewone school mogen en daar ondersteuning krijgen.” Dit is een grote winst en gaan we ze aan houden!

Oplossingen voor de lage arbeidsparticipatie (40%) en daaruit voortvloeiende hoge armoede en eenzaamheid waren vager. Ik citeer Paul Guldemond van D66: “In gesprek met werkgevers zou gekeken kunnen worden of banen en werkzaamheden zo kunnen worden ingericht dat mensen met een handicap deze ook kunnen doen.” En Gerben van de Veen van de SP schrijft: “Dat ligt aan het feit dat werkgevers het vertikken om werk dusdanig in te richten dat men ook daadwerkelijk een baan kan krijgen. En dan is de sociale werkplaats ook nog eens de nek om gedraaid.”

Hier valt een wereld te winnen. Werkgevers willen namelijk mensen die wat kunnen. Mensen die goed opgeleid zijn. Dus lieve kandidaten: op plaats 1 Opleiding, op plaats 2 Scholing, op plaats 3 Onderwijs. En dan iedereen naar dezelfde school zodat de werknemers met beperking al vroeg, namelijk vanaf de kleuterschool al, samen leren en samen werken met de bazen van straks. En zodat deze bazen straks niet glazig kijken als een rolstoeler bij ze komt solliciteren. Want deze bazen weten dan tegen die tijd dat je vrijwel elke ‘handicap’ kan compenseren met techniek of een ondersteuner.

Waarom is de speciale school geen goede keuze? Je wordt daar niet opgeleid voor een baan. Het gaat alleen tot vmbo-niveau. De leerlingen dreigen op hun 18e eraf gestuurd te worden omdat het leerlingen vervoer dan stopt en ze sowieso te duur zijn voor het samenwerkingsverband van scholen. En doordat ze op een speciale school niet zichtbaar zijn voor de toekomstige bazen, weten deze niet hoe met hen om te gaan.

Dus als je mij vraagt op wie je als jongere met beperking moet stemmen, zou ik een partij kiezen die weet hoe het is om in een rolstoel te zitten of niet mee te kunnen doen omdat je niet naar school kan, je opleiding erg slecht is of dat je geen baan hebt omdat die voor jou niet geschikt gemaakt is.