Nederlandse stroop maakt verandering lastig

Auteur: Thiandi Grooff Beeld: Mohammed Kentou in Opinie/Verandering

In 2016 trad in Nederland het VN-verdrag Handicap in werking, met als belangrijkste doel het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van gehandicapten. De handhaving van dit verdrag blijkt in de praktijk echter vies tegen te vallen. Volgens het Noordhollands Dagblad (Leonie Groen, 15 januari 2018) is in 2016 alleen al in Noord-Holland, met uitzondering van Amsterdam, zo’n 23 miljoen euro niet uitgegeven aan zorgleerlingen in het middelbaar onderwijs. Het is daarom hoog tijd dat daar verandering in komt.

Het mes van de tijd snijdt door stroop en lijkt het open te breken, maar achter het mes sluit de stroop zich weer. Zo is het met veel vraagstukken die maar niet opgelost worden in Nederland. Neem de Zwarte Piet discussie. Ondanks dat de oplossing eenvoudig is, namelijk de invoering van regenboogpieten, voelen luidruchtige witte mensen zich in hun macht aangetast en blijven de handhavers stroop smeren opdat er niets verandert.

Zo is het ook met de rolstoeltoegankelijkheid van gebouwen, huizen, de openbare ruimte, werkplekken en het openbaar vervoer. Waar het in het buitenland volstrekt normaal is dat je met je rolstoel de bus in kan, moet je hier over de grond kruipen van dankbaarheid als je eindelijk een rolstoelvriendelijke bus treft. De macht van de rolstoelers is gewoon te klein om de overmacht van niet-gehandicapten te dwingen geld hieraan uit te geven.

En dan het onderwijs! Het is toch om te huilen dat het recht op onderwijs voor elk kind nog steeds niet bestaat in Nederland. Als een islamitisch kind bijvoorbeeld naar een gereformeerde school wil, mag hij of zij volgens de wet geweigerd worden. In de praktijk zijn het vooral leerlingen met een handicap die hier last van hebben en vaak worden geweigerd.

‘Het rugzakje’

De overheid voerde om die reden in 2002 het zogenaamde ‘rugzakje’ in. Dit was een zak met geld die scholen kregen als ze een leerling met een beperking accepteerden. Maar ondanks dit geld (tot 20,000 euro) werden leerlingen met meerdere handicaps meestal afgewezen. Vervolgens probeerde Den Haag  in 2014 met de Wet Passend Onderwijs scholen over te halen om elke leerling aan te nemen. Deze laatste wet regelt dat samenwerkingsverbanden van scholen veel geld krijgen, opdat ze de kinderen met handicap uit de buurt accepteren als leerling. Maar dat geld wordt nog steeds niet uitgegeven aan de educatie van kinderen met een handicap. Geld dat bijvoorbeeld voor extra handen in de klas zou kunnen worden gebruikt. Of voor een gespecialiseerde leerkracht die er goed  in is elk kind, ongeacht beperking, te leren lezen schrijven en rekenen.

Hoe komt dit?

Nederlanders hebben een kooplieden mentaliteit.  Als ze geen tegenprestatie  hoeven te  leveren om geld te krijgen, dan doen ze dat ook niet. Achterliggend is wellicht de menselijke natuur die liever lui is dan rechtmatig. De oplossing is eenvoudig. Eis een tegenprestatie. En de meest simpele tegenprestatie voor scholen moet zijn: neem elk kind aan en zorg dat het goed onderwijs krijgt. Nu worden kinderen bijvoorbeeld geweigerd omdat ze niet zindelijk zijn. Wat heeft dat met leren te maken? Of ze worden geweigerd, omdat ze er door hun Downsyndroom anders uitzien.? De postbode krijgt toch ook geen geld als hij of zij zegt dat dat het ene huis op die berg te lastig is om er post te bezorgen?

Dus gewoon regels stellen en handhaven. Daar moet de politiek voor zorgen als wetgevende macht, de ambtenaren als handhavende macht en bij geschillen de rechters. Dan zullen de barsten in de stroop die de maatschappij veranderen, gemaakt door actievoerders, niet meer geruisloos dichtvloeien, maar open blijven en pas dan zullen de veranderingen blijvend zijn.