Dylan zit liever in de isoleercel

Auteur: Thiandi Grooff in Family Affairs/Opinie

De feestdagen brengen veel mensen met hun familie door. Familie is een mensenrecht, maar niet iedereen kan daarvan gebruik maken, schrijft Thiandi.

“Ik zat liever in isoleercel die de gele kamer genoemd werd dan in de blauwe kamer, de time-out kamer. De gele kamer had lekker zacht zeil op de grond. In de blauwe kamer moest ik op de harde vloer zitten. De gele kamer gold als de zwaarste straf, want je was daar helemaal alleen. In de blauwe kamer kwamen soms aardige groepsleiders met je kaarten”. Dit vertelt Dylan, een stevige jongen van twaalf jaar.
Hij zegt dat hij te snel boos wordt en soms te ongeduldig is. Vol trots laat hij mij en mijn assistent zijn nieuwe step met motor zien. Hij gaat verder: “Ik moest naar de blauwe kamer wanneer ik mijn moeder wilde bellen op een tijd dat dat niet mocht, bijvoorbeeld ‘s nachts als ik heimwee had. Want ik wilde zo graag naar huis en dan werd ik boos en moest van één tot drie uur ‘s nachts naar de blauwe kamer. Een keer werd ik zo boos omdat ik niet mocht bellen dat ik de groepsleidster probeerde te schoppen. Toen drukte ze op een knop en kwamen er twintig man om me in de gele kamer te stoppen. Gelukkig kon mijn moeder na een paar weken laten zien dat ik bij haar veel rustiger ben. En nu mag ik weer thuis wonen.”

Dylan’s moeder zorgde ervoor dat Dylan nu zijn recht op een familieleven ontvangt. Dit is een mensenrecht, vastgelegd in verschillende verdragen. Zoals artikel 16 van de universele verklaring van de rechten van de mens, artikel 23 van de internationale convenant voor burgerrechten en politieke rechten en artikel 8 van de Europese Conventie voor mensenrechten. De overheid zou hiervoor moeten zorgen. Helaas wil de overheid niet de oorzaken van onhandelbaar gedrag aanpakken maar kiest ze voor een soort heropvoedingsinstituten. Dylan bijvoorbeeld heeft nauwelijks op school gezeten maar vooral op peperdure pedagogische centra waar hij geen normaal gedrag als voorbeeld zag, namelijk op school zitten en leren. Zijn moeder vertelt: “Ze vinden dat hij verstandelijk gehandicapt is, maar wat wil je als hij nooit echt school gehad heeft? Hij kan niet goed stil zitten. Ik leer hem nu tellen door naar Artis te gaan en de poten van de olifanten te laten tellen.” Op zijn zevende zat hij wegens omstandigheden, waar hij niets aan kon doen, in een instituut met volwassenen. Dat was niet erg volgens de pedagoog, want “die volwassenen zijn ook net zevenjarige kinderen met hun verstandelijke handicap .” Is het een wonder dat de jongen zich raar is gaan gedragen?!

Naast deze ‘wilde’ kinderen zijn er nog twee andere groepen kinderen zonder familieleven. De ene groep zit in de gevangenis omdat ze ‘illegaal’ zijn. De andere groep verblijft in een instituut omdat ze zware handicaps hebben en de ouders te weinig hulp krijgen om dat aan te kunnen. Professionals zeggen erg makkelijk tegen ouders: “Je kan dit niet aan, het is beter voor jou als je kind in een instituut woont.” Ik hoor die woorden ook vaak tegen mijn moeder gezegd worden door vrienden en vreemden, met als impliciete boodschap: ‘Dit kind maakt jouw leven toch te moeilijk, het is beter als ze in een instituut woont.’ Advocaten hebben met succes van bovenstaande verdragen gebruik gemaakt om gezinshereniging voor vluchtelingen mogelijk te maken. Maar helaas implementeert de overheid deze rechten voor mensen met een handicap of moeilijk gedrag te weinig.

Er zijn andere oplossingen te vinden dan uithuisplaatsing voor een zoon of dochter met zware handicaps of onaangepast gedrag. Italië bijvoorbeeld heeft een team dat samen met de familie alle problemen probeert op te lossen en daarvoor geld en middelen beschikbaar stelt. Daar heeft elk kind met handicap voorrang op de crèche en gaat het naar de gewone school met de ondersteuning die de school of crèche nodig heeft, ook als ze moeilijk gedrag laten zien. Er zijn geen pedagogische instellingen of hangcentra. Veel gedragsproblemen worden hiermee voorkomen omdat het kind in een normale omgeving opgroeit en zo normaal gedrag kan kopiëren. Afwijkend gedrag heeft zoveel te maken met de omgeving, dat je een omgeving moet creëren die gedrag normaliseert en die de persoon in kwestie accepteert zodat hij of zij ook zichzelf kan accepteren. Hanteer hierbij een ruim begrip van wat normaal gedrag is, want wat is nu helemaal ‘normaal’? Dan kunnen de kinderen gewoon bij hun familie blijven wonen, want iedereen heeft familie nodig!