Dag prachtman. Jaika neemt afscheid van Eberhard.

Auteur: Jaika Koot in Een nieuw begin

Soms worden dingen pijnlijk duidelijk. Toen ik afgelopen zaterdagavond buiten liep was de stilte in de stad zoiets. Niet de letterlijke stilte was hetgeen wat mij overviel, maar de leegte.
Een pijnlijke leegte in een stad die onvermoeibaar doordendert. Hoe kan zij ook anders.

Bijna twee weken geleden kwam het verwacht verdrietige bericht alsnog veel te vroeg: Amper twee en een halve week na het overweldigende applaus voor de ambtswoning aan de Herengracht had “onze” Eberhard van der Laan het leven gelaten. Ik schrijf inderdaad “onze”, want is dat niet hoe het voor ons allemaal stiekem voelt?
Eberhard was een man van ons allemaal. Een man van het volk die ook de politiek niet ongeroerd liet. Een man die voor elke Amsterdammer stond.

Afgelopen vrijdag stond elke Amsterdammer voor Eberhard. Al rond acht uur ’s ochtends vormde zich tot ver om de hoek van het Concertgebouw een enorme rij. Om vier uur ’s middags stond ook ik in die rij waarin ik langzamerhand steeds dichter naar onze burgemeester toe schuifelde. Vlak voor de ingang gaf een lichtbord de laatste woorden van de burgervader aan Amsterdam weer: “Zorg goed voor onze stad en voor elkaar.” In mijn hoofd blijven de woorden zich herhalen. Vastberaden om deze woorden niet alleen geschreven te laten, maar ook uit te voeren.

Inmiddels heeft de buitenlucht zich verruild voor de welkomsthal van het Concertgebouw. Er is ons al water, koffie en thee aangeboden. Een klein stukje huiselijkheid voor duizend in meervoud man en vrouw.
Elke stap die ik zet door de gangen neemt mij mee op een tocht door het burgemeesterschap van Eberhard. Foto’s van handen schudden en het om krijgen van de ambtsketen, meevaren op de boot tijdens de Canal Parade, rake klappen geven tijdens een boksles, op de foto met jonge leerlingen, voorlezen in de bibliotheek, borrelen in een Jordanees café, op stap in de metro en ga zo maar door. Terwijl ik in één van de dertien getelde condoleance registers teken hoor ik op de achtergrond zachtjes Amsterdamse muziek. “Hij is ook zo lekker gewoon gebleven”, verzucht een aantal van de aangedane bezoekers.

“Om de hoek ligt Eberhard. U wordt vriendelijk verzocht om vanaf dit moment geen foto’s meer te maken en het afscheid in verband met de wachtrij kort te houden”, attendeert de uitvaartonderneemster ons vriendelijk. Terwijl ik mijn mobieltje zo ver als mogelijk in mijn zak laat glijden schuifel ik weer een stukje dichter naar de kist. Aangekomen trotseer ik een enorme bloemenzee en zie de drie kruisen van Amsterdam trots maar subliem uitgesneden uit het hout op de kist. Deze wordt bewaakt door twee medewerkers van de handhaving. Op hun beurt dragen zij de wacht straks over aan andere Amsterdammers, zoals bijvoorbeeld daklozen of leerlingen van het Calvijn College.
Een vrouw naast mij houdt het niet droog. Ik wrijf haar even over haar rug terwijl ook ik merk dat ik het een stuk warmer heb gekregen dan tot een paar minuten geleden. De zakdoekjes liggen gelukkig dichtbij en voor je het weet staan we weer buiten.

“Had jij persoonlijk iets met Eberhard van der Laan?” vraagt de vrouw mij. “Nee”, antwoord ik. “Of tenminste, ik kende hem niet persoonlijk. Maar hij stond wel voor dingen die in mijn leven ook belangrijk zijn en die ik zowel privé als in werksfeer zo veel als mogelijk probeer na te leven. Dus ja, tot op zekere hoogte heb ik zeker persoonlijk iets met de burgemeester.”

Afgelopen vrijdag nam ik afscheid van een bijzondere man. Een man die ons als burgemeester van Amsterdam op veel vlakken dingen heeft geleerd en heeft geraakt. Een man die dingen heeft gecreëerd en veel te vroeg heeft moeten nalaten.
Ik wil vertrouwen hebben in wat komen gaat. Geloven in ons Amsterdammers. De belofte nakomen om goed voor onze stad en voor elkaar te zorgen. Maar voor nu, heel even, rest mij niets anders dan het gevoel van leegte en een lichtelijke angst voor het nog onbekende: Een nieuwe start.