Van school gestuurd!

Auteur: Thiandi Grooff in Opinie

BLOK-ker Thiandi vindt dat het wegsturen van leerling Kubo een blamage is voor Nederland, en van het ‘College van de schending van de mensenrechten’.

Milo werkt samen met zijn oma aan rekensommetjes. Hij leert graag nieuwe dingen. Zijn lievelingsvakken zijn biologie en aardrijkskunde. Tot vorig jaar zat hij op een reguliere school. In groep zeven kreeg hij een nieuwe juf die niet met hem om kon gaan en zijn dagstructuur veranderde. Hier protesteerde hij tegen en hij liep een paar keer weg van school. De school vond dit te lastig worden en stuurde hem van school. Nu zit hij thuis. Hij mist zijn vriendjes en voelt zich alleen. Milo is een fictief persoon, gebaseerd op het verhaal van Kubo. (Zie trouw.nl)

Kubo is weggestuurd van groep 7 van de gewone school omdat zijn nieuwe leerkracht niet weet hoe met hem om te gaan. Ze geven hem de stempel ‘onhandelbaar’ en omdat hij het Downsyndroom heeft, krijgt hij de schuld van zijn gedrag. Gedrag echter is vaak primair een reactie op de omgeving. Beter was het geweest om de leerkracht op cursus te sturen.

College voor de mensenrechten doet uitspraak tegen VN verdrag in.
Vandaag heeft het college voor de mensenrechten de school gelijk gegeven en is hiermee ingegaan tegen de VN-verdragen voor de rechten van de mens, van het kind en van kinderen met een handicap. En ze is tegen de adviezen van de onderwijsconsulent en orthopedagogen ingegaan. Hoe komt het toch dat scholen deze VN-verdragen aan hun laars kunnen lappen? Waarom laten Nederlanders dat toe? Scholen en media creëren het beeld dat leerlingen en volwassenen met een handicap zo snel mogelijk apart gezet moeten worden want ‘normale’ scholen zijn toch niet bedoeld voor deze ‘moeilijke’ kinderen? Soms mogen ze niet eens naar de speciale school omdat ze niet passen binnen het aanbod van de school en dan moeten ze in afgesloten gebouwen bewaakt worden of bij hun ouders de hele dag thuis zitten. Hier worden de tieners en hun ouders natuurlijk knettergek van, wat anderen dan weer aan hun handicap wijten. En de ouders zien als enige oplossing om hun zoon of dochter naar de instelling te brengen. Maar hier is een wachtlijst voor. Instellingen spelen dit handig uit door meer geld te vragen voor meer streng bewaakte plaatsen (zie bijvoorbeeld Nieuwsuur 26 maart 2017). Een uitzichtloze weg. Media laten kinderen en volwassen zien die nooit naar school mochten gaan en daardoor zwaar in hun ontwikkeling belemmerd zijn. Deze media doen alsof het een vaststaande eigenschap is van deze mensen en niet een gevolg van hun isolatie. Zo creëren ze een monsterlijk beeld van deze mensen. Je begrijpt dan ook dat de nieuwe prenatale test om Downsyndroom op te sporen, populair is omdat kinderen met Downsyndroom gezien worden als een obstakel voor het geluk van de ouders, voor een goede economie en voor het geluk van deze mensen zelf.

Andere keuze
Ik had verwacht dat het College voor de Mensenrechten eindelijk het andere pad zou kiezen, namelijk voor gelijke ontwikkelingskansen voor het kind met een beperking zoals in zoveel landen. In deze landen, als Italië, Canada of Scandinavië, worden kinderen met een beperking, doordat ze altijd naar de gewone school gaan, geen monsters maar medeburgers met een zo goed mogelijke opleiding. Ze leren veel van de andere kinderen en de extra leerkracht in de klas zorgt voor een goed pedagogisch klimaat waar pesten niet mag en iedereen leert omgaan met elkaar, ongeacht ras, geloof of handicap.
Deze uitspraak van het ‘college voor de schending van de mensenrechten’ is een blamage voor Nederland. Ze zorgt ervoor dat het ontbreken van goed onderwijs doorgaat en creëert zo geen medeburgers, maar burgers die niet waardig genoeg zijn om mee te doen in de gewone maatschappij.