Mijn wijk de Banne is niet zoals de media het schetsen.

Auteur: Fatima Jamai Beeld: Mohammed Kentou in Opinie

de-banne

Het is een regenachtige, koude zondagavond. Ik kijk uit mijn raam. De straten van de Banne 1 zijn leeg; geen hondenbaasjes, Pokémontrainers of hangjongeren te bekennen. Zal het regenachtige weer hen binnen hebben gehouden?

De afgelopen maanden is er veel in het nieuws verschenen over de Banne Buiksloot in Amsterdam Noord. Deze wijk bestaat uit de Banne Zuid en de Banne Noord. Vooral in de Banne Zuid, onder de bewoners vooral bekend onder de naam Banne 1, zou er sprake zijn van overlast van een groep van veertig hangjongeren. At5 en het Parool schrijven dat deze jongeren de buurt teisteren en zelfs buurtbewoners intimideren en overvallen. Gaat dat over mijn buurt?

Naast de media hebben ook politici het regelmatig gehad over de Banne 1. Hier volgen een aantal, soms lachwekkende, opmerkingen van politici die overduidelijk niet vaker dan één keer in de Banne zijn geweest. Volgens Ariëlle Verheul van de D66 durven vrouwen en meisjes niet meer de deur uit. Deze uitspraak van Verheul doet me denken aan wat een vriendin uit een klein dorpje in Zeeland mij ooit vertelde. Zij woont inmiddels in Amsterdam, maar haar familie woont daar nog steeds. Haar tante in dat dorpje denkt dat vrouwen en meisjes in de grote stad (lees Amsterdam) anno 2016 niet over straat kunnen, omdat zij bij elke hoek van de straat zouden worden aangerand. Kortom, ik vraag me oprecht af hoe goed mevrouw Verheul de Banne kent. Diederik Boomsma van de CDA is voor de invoering van de dienstplicht voor criminele jongeren. Beste meneer Boomsma, het begrip hangjongeren is niet synoniem voor crimineel. En de Partij voor de Ouderen wil dat er een avondklok wordt ingevoerd. Het moet niet gekker worden. Uit deze uitspraken kan ik maar één belangrijk punt concluderen en dat is dat politici pedagogische gezien onbekwaam zijn. Alleen Rutger Groot Wassink (Groenlinks) stelt dat repressie niet de oplossing is voor dit probleem.

Sinds september kan ik mezelf een pedagoog in opleiding noemen. Ik zit net in de vijfde week van het academisch jaar en ik heb de naam Bronfenbrenner al minimaal vijftig keer gehoord. Hoogleraren, docenten, studenten; iedereen heeft het over Urie Bronfenbrenner, zijn bio-ecologisch model, risicofactoren, protectieve factoren, microsystemen, het derde leefmilieu etc. Beste politicus, mocht u nog niet eerder van Bronfenbrenner hebben gehoord, pak dan uw Moleskine notitieboekje en uw vulpen erbij en noteer: het bio-ecologisch model van Bronfenbrenner gaat ervan uit dat de ontwikkeling van het kind wordt beïnvloed door kwaliteit van de omgeving waarin het kind leeft, waaraan het deelneemt en de frequentie en aard van de interactie tussen deze omgevingen. Vanuit dit idee is de verklaring voor het probleem snel gevonden: In de Banne is er geen fuck te doen. Buurthuizen, culturele centra, huiswerkklasjes; het is allemaal minimaal aanwezig (risicofactor) en dus gaan de jongens maar in de buurt hangen. Ik zou dus zeggen: Het is genoeg geweest, het wordt tijd dat we met zijn allen onze tijd, geld en energie gaan investeren in de Banne.

Ik woon nu zes jaar in de Banne en alhoewel ik de hangjongeren zelf niet zie, ontken ik hun aanwezigheid niet. Wat ik mezelf wel afvraag is: Hoe vaak zijn die politici nou echt in de Banne geweest? En waarom komt er niet zo snel mogelijk een bijeenkomst voor de bewoners om hier samen over na te denken, om het probleem samen op te lossen? Tijdens het schrijven van dit stuk realiseer ik me dat ik niet heel betrokken ben geweest in mijn buurt, maar daar gaat verandering in komen. Laten we ons samen inzetten voor de jongeren. Laten we met hen in gesprek gaan, een fair gesprek. Laten we hen de mogelijkheden geven hun talenten te (her)ontdekken. Laten we het samen doen.

Na dit te hebben bedacht ga ik slapen. En ik zal die nacht niet wakker worden gemaakt door de luidruchtige onzichtbare hangjongeren, maar wél door de klok van de Buiksloterkerk.